Het werken met thema’s is vooral in de kleuterklassen een veel voorkomend manier van werken. Maar ook in steeds meer midden- en bovenbouwgroepen wordt er gewerkt met thema’s. Vanwaar die interesse?
Ikzelf ben een echte fan van het werken met thema’s. Ik zal de voordelen zoals ik ze zie, en zoals je ze tegenkomt in de achtergrondliteratuur op een rijtje zetten.
Verder zal ik uitleggen hoe bij mij een thema tot stand komt, en hoe ik aan ideeën kom. Ik hoop dat dit leerkrachten inspireert zelf ook thema’s te ontwerpen. Het liefst zou ik al die thema’s verzamelen, zodat anderen er ook weer gebruik van maken.
Het is niet mijn bedoeling een thema-afhaal-shop te worden. De ideeën die je op deze site vindt, zijn bedoeld om weer tot nieuwe ideeën aan te zetten. Een thema is zo vol en zo leeg als je wilt, in je eigen praktijk zul je de ideeën gebruiken die daar het beste bij passen.
Boekentips
![]() |
![]() |
<![]() |
| Thema’s en projecten | Het prentenboek als invalshoek | Spelen met prentenboeken |
Waarom een thema?
In veel achtergrondliteratuur komt het werken met thema’s naar voren. Veel voorkomende begrippen zijn: betekenisvol, context, vakintegratie, zinvol. Allemaal positieve benamingen. Ik zie de volgende voordelen:
de kinderen zijn gemotiveerd: Zodra ik in de klas een thema inleid, hoor ik meteen reacties van ouders. De kinderen hebben het thuis over het thema, doorzoeken het huis naar spullen die meegenomen kunnen worden, raadplegen de boekenkast, zoeken samen met hun ouders op internet. Meteen de volgende dag komen de eerste materialen al van huis naar school. Het betreffende kind staat even in de belangstelling, mag even vertellen wat het meegenomen heeft, speelt even voor juf of meester, terwijl het de spullen laat zien.
iedereen kan een expert zijn: Bij een thema wordt niet alleen een beroep gedaan op de schoolse vaardigheden (Pim kan goed rekenen, Frits is goed in taal, Ida kan mooi schrijven), maar ook op de brede algemene ontwikkeling (Jan is bij een voetbalwedstrijd geweest, Kees zijn vader staat op de markt, Jannie verzamelt postzegels). Iedereen kan een inbreng hebben, en ‘goed’ of ‘slecht’ in school zijn maakt ineens niet meer uit.
groepsgevoel: Het thema wordt met de hele klas beleefd en uitgevoerd. Doordat iedereen een rol heeft, en iedereen belangrijk is, versterkt het werken met thema’s het groepsgevoel. Bijkomend voordeel is dat bij het werken met thema’s vaak in kleine groepjes gewerkt wordt. Kinderen leren samenwerken, communiceren, respecteren.
betekenisvol en zinvol: Verschillende vakken worden door een thema verbonden met elkaar. Vooral bij rekenonderwijs wordt de laatste tijd veel gebruik gemaakt van contexten: niet meer 3 + 3, maar je hebt 3 appels en je koopt er nog 3 bij. Wanneer je met een thema werkt, werk je niet alleen met een context bij rekenen, maar betrek je gelijk de andere vakken er ook bij. Een uitstapje naar de groenteboer waar je de appels kunt kopen, de appels afwegen en de prijs berekenen, een reclamebord maken voor appels die in de aanbieding zijn, het recept van appelmoes uitwerken, een schilderij van een appel maken. Doordat de kinderen enthousiast met een thema bezig zijn, komt het leren eigenlijk vanzelf.
naspelen van de werkelijkheid: Door een thema in de klas te halen, bereiden we kinderen voor op ‘later’. In een rollenspel oefenen de kinderen hoe het er in werkelijkheid aan toe gaat. School en klas zijn een veilige situatie.
Wat kan de aanleiding zijn?
interesse van de kinderen: een kind heeft een boek bij zich over dinosaurussen. Een dag later nemen andere kinderen hun speelgoed-dino’s mee. Er wordt mee gespeeld in de klas. De leerkracht stimuleert een aantal kinderen in de zandtafel het leefgebied van de dino’s na te maken. Een kind komt bij de leerkracht, hij wil graag een dino tekenen. De leerkracht laat dit kind het boek over dino’s erbij pakken. Zo is langzamerhand de hele klas geïnteresseerd in dino’s. De leerkracht bezint zich op ideeën die aan te reiken zijn.
seizoen of feest: deze nemen een belangrijke plaats in het leven van kinderen in. Seizoenen zijn meestal duidelijk waarneembaar in de natuur (in de herfst werkt een groep over spinnen), feesten worden niet alleen op school, maar ook thuis gevierd (denk maar aan de intocht van Sinterklaas, dat gaat aan niemand voorbij!).
een leerkracht heeft ideeën bij een bepaald thema: een leerkracht is in het ziekenhuis geweest, en heeft daar wat spulletjes mee gekregen. Op internet staan kleurplaten, werkbladen, spelletjes. De ideeën stromen binnen, de leerkracht bedenkt een leuke inleiding om de kinderen enthousiast te maken, en het thema begint.
schoolthema: soms worden er thema’s met de hele school tegelijk uitgevoerd. Soms hangt dit samen met een schoolfeest of een gebeurtenis in stad of dorp. In dit geval wordt een thema vaak ‘opgelegd’ door de commissie. Misschien heeft de commissie al ideeën verzameld, anders gaat de leerkracht zelf op zoek.
actualiteit: een goed voorbeeld hiervan is de Tsunami in Azië. Veel kinderen hebben de beelden hiervan op tv en internet gezien. Als leerkracht kun je inspringen op de actualiteit door een thema eraan te wijden.
leerstofaanbod: stel, je wilt het over cijfers hebben. Je neemt het thema ‘winkel’ als aankleding. Zo kun je veel vakgebieden koppelen aan een thema. (rijmen = sinterklaas, tellen = verjaardag, delen = speelgoed, etc.) Je leerstof is hier de basis, het thema is de aankleding.
een prentenboek, sprookje of verhaal: Iets dat je voorgelezen hebt kan een prima aanleiding zijn voor een thema. Voorbeelden op deze site zijn bijvoorbeeld Sjaak en de bonenstaak en De kikkerkoning.
Hoe bereid ik een thema voor?
Wat de aanleiding voor een thema is, heeft invloed op de uitvoering. Een thema dat aansluit bij de actualiteit is grilliger en moeilijker te plannen. Een jaarlijks terugkomend thema kan lang van te voren gepland worden. Maar dan nog kun je van je planning afstappen, omdat de kinderen met andere ideeën aankomen. Het belang van thema’s zit hem vooral in de betrokkenheid van de kinderen, dus kan het niet zo zijn dat een thema verloopt ‘zoals de juf het wil’, zonder invloed en inspraak van de kinderen. Ik zal proberen een soort van stappenplan aan te geven, zoals ik een thema voorbereid.
themakeuze. Tsja, daar begint het natuurlijk mee! Verschillende aanleidingen heb je hierboven kunnen lezen.
woordweb. Een thema kan subthema’s hebben (bv. voorjaar -> pasen, eieren, jonge dieren, geboorte, bloembollen, etc). Die zet ik eerst op een rijtje, en eventueel maak ik nu een nieuwe themakeuze. Kiezen voor een heel breed thema kan verzanden in een verzameling van lesjes. Hoe kleiner het thema, hoe duidelijker de samenhang. Een woordweb is ook handig om op ideeën te komen.
inleiding voor een thema bedenken. Er zijn verschillende inleidingen mogelijk:
- bericht uit de actualiteit
- prentenboek/verhaal/sprookje/gedicht voorlezen en bespreken
- materiaal laten zien: een ketel, van wie zou die zijn, waar is het voor?
- “we gaan het de komende weken hebben over …”: bedenk wel van te voren wat je gaat doen als de kinderen zeggen: “hè bah!”.
Sommige thema’s kunnen nu al van start gaan. Duik je eigen zolder op en vraag ouders dat ook te doen. Zo verzamel je materialen die je thema kunnen aankleden. Ga naar de bibliotheek om een thema-collectie aan te vragen (soms hebben scholen hier een abonnement voor, even navragen dus!). Stuur een berichtje naar stichtingen en bedrijven die je meer informatie en materialen zouden kunnen sturen.
maak voor jezelf een lijstje van de vakgebieden, en bedenk welke activiteiten je in het thema zou kunnen passen. Let op: het is niet noodzakelijk dat alles in het thema staat. Dan wordt het een krampachtig iets, alsof er niets anders meer benoemd mag worden. In een thema over sprookjes mag je elke dag een sprookje voorlezen, maar het gewone voorleesboek mag ook. Bij een thema over het ziekenhuis mag een kind natuurlijk best zijn zwemdiploma laten zien, en erover vertellen.
Wat kun je verzamelen voor je thema?
- boeken (leesboeken en informatieve boeken)
- werkbladen (let op: een werkblad moet wel een doel hebben. Ga geen werkbladen aanbieden, omdat ze toevallig bij het thema horen, terwijl ze veel te gemakkelijk zijn)
- op www.kleutergroep.nl zijn bij veel thema’s materialen te vinden, zoals memories, leesrupsen, stempelkaarten, etc.
- websites die de kinderen zelf kunnen bezoeken (maak er eventueel een werkblad bij, zodat de kinderen gericht moeten zoeken)
- ontwikkelingsmaterialen (kralenplanken, puzzels, mozaïekvoorbeelden, lotto’s, etc)
- knutselwerkjes (let op: ook deze moeten een doel hebben. Je kunt beter een doel en een thema bij elkaar brengen, dan dat je dat ene knutselwerkje van die ene site gaat doen. Bv. je vindt een heel leuk vouwwerkje van een pinguïn, maar het beoefent de schuine vouw die jouw klas al lang onder de knie heeft. Uitdaging is dan om iets te vouwen wat moeilijker is, zodat de kinderen iets nieuws leren. Niet iedereen is even creatief, maar er zijn genoeg mensen on-line die ideeën zat hebben!)
Waar kun je het vinden?
Er zijn handige onderwijsfora op internet te vinden, waar heel veel mensen met ideeën samen komen. Het is een valkuil om daar in te loggen en te zeggen: dit is mijn thema, wie heeft er ideeën? Ik zal uitleggen waarom het een valkuil is:
- mensen kunnen denken dat jij op zoek bent naar een kant-en-klaar thema
- veel thema’s zijn op fora al eerder genoemd
- vaak krijg je als eerste reacties alleen maar interessante links, die je zelf ook al lang gevonden had
Het zou handig zijn als je de volgende stappen neemt, voordat je je vraag op een forum stelt:
google: dit is mijn toverwoord. Op www.google.nl kun je je zoekterm invullen, en je krijgt een lijst met sites. Geef het niet te snel op. Als je informatie zoekt voor je thema heksen, typ dan niet alleen heksen, maar bv. heksen onderwijs, of lesidee heksen. Je kunt ook je zoekterm breder maken, door bijvoorbeeld toveren in te typen, of voor de Engelse of Duitse term te gaan. Tip: maak een mapje in je favorieten, met de naam van je thema, waarin je de sites opslaat. Zo kun je alles later nog een keer bekijken (bv. als je een plaatje nodig hebt).
er is een aantal vaste links dat ik doorkijk om ideeën op te doen voor thema’s. Die sites staan overzichtelijk bij elkaar op startpagina’s als deze: basisonderwijs.startkabel.nl, pabo.pagina.nl en basisonderwijs.pagina.nl. Kijk ook bij mijn leuke links, voor sites van andere juffen en meesters (ook Amerikaanse juffen).
Op onderwijsfora is vaak een apart board te vinden voor thema’s en projecten. Hier staan pagina’s vol met vragen en vooral ook antwoorden. Kijk of je thema hierbij staat, en vraag eventueel om extra ideeën in het betreffende topic.
Pas als je een gerichte vraag hebt, die nog niet eerder gesteld is, kun je die stellen op een onderwijsforum. Vergeet niet neer te zetten wat je al wel gevonden hebt, dit helpt de volgende leerkracht die hetzelfde thema gaat doen!
Het hoe en waarom van thema’s op internet
Ik hoop dat je nu voldoende informatie hebt en enthousiast bent geworden over thema’s. Als je voor het eerst een thema gaat ontwerpen: begin er gewoon eens aan! Vraag gerust als je even vast zit, wees niet bang ideeën van een ander te integreren in je eigen thema, maar vind vooral je Eigen Wijs. Succes!











Bedankt voor de duidelijke uitleg. Wij hebben op onze school nog maar twee keer volgens een thema gewerkt en dit helpt me wel verder.
Myriam
Fijn dat je er iets aan hebt gehad, Myriam!